Wegverkeer: meldingsplicht nu ook verplicht voor natuurlijke personen

Inderdaad art. 67bis werd ingevoerd dat luidt als volgt:

Wanneer een overtreding van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten is begaan met een motorvoertuig, ingeschreven op naam van een rechtspersoon, en de bestuurder bij de vaststelling van de overtreding niet geïdentificeerd werd, zijn de rechtspersoon of de natuurlijke persoon die de rechtspersoon in rechte vertegenwoordigt, ertoe gehouden de identiteit van de onmiskenbare bestuurder op het ogenblik van de feiten mee te delen of, indien zij die niet kennen, de identiteit van de persoon die verantwoordelijk is voor het voertuig, behalve wanneer zij diefstal, fraude of overmacht kunnen bewijzen.”

De wetgever gaat ervan uit dat de houder van de kentekenplaat – dus niet noodzakelijk de eigenaar van het voertuig – de verantwoordelijkheid over zijn voertuig neemt en derhalve weet aan wie hij het heeft toevertrouwd.

Indien de houder van de kentekenplaat zich niet conform art. 67bis van de wegverkeerswet gedraagt, riskeert hij een gevangenisstraf van 15 dagen tot 2 jaar en een geldboete van 50€ tot 4.000€ (of 1 van die straffen alleen).

Ten gevolge van de wet op de opdeciemen dienen voormelde boetes vanaf 1 januari 2017 te worden vermenigvuldigd met 8.

Boven deze straffen kan de rechter ook het verval van het recht tot besturen van een motorvoertuig uitspreken voor minstens 8 dagen en maximaal 5 jaar of levenslang. (toevoeging bij art. 90ter van de verkeerswet)

In geval van herhaling worden de straffen verdubbeld.

Ook art. 67ter van de verkeerswet werd gewijzigd en luidt thans als volgt:

Wanneer een overtreding van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten is begaan met een motorvoertuig, ingeschreven op naam van een rechtspersoon, en de bestuurder bij de vaststelling van de overtreding niet geïdentificeerd werd, zijn de rechtspersoon of de natuurlijke persoon die de rechtspersoon in rechte vertegenwoordigt, ertoe gehouden de identiteit van de onmiskenbare bestuurder op het ogenblik van de feiten mee te delen of, indien zij die niet kennen, de identiteit van de persoon die verantwoordelijk is voor het voertuig, behalve wanneer zij diefstal, fraude of overmacht kunnen bewijzen.”

De verdere tekst blijft ongewijzigd.

Voor de rechtspersonen wordt de bestraffing niet gewijzigd en blijft behouden op een gevangenisstraf van 15 dagen tot 6 maanden en een geldboete van 200€ tot 4.000€. (of met 1 van die straffen alleen).

Vermits een rechtspersoon vanzelfsprekend geen gevangenisstraf kan ondergaan, dient er eventueel toepassing te worden gemaakt van art. 41bis van het strafwetboek dat de omzetting van gevangenisstraffen in geldboetes regelt.